Wiegedood wordt niet veroorzaakt door chronische ziekte of chronisch zuurstofgebrek

Wiegedood wordt niet veroorzaakt door chronische ziekte of chronisch zuurstofgebrek

Baby's die aan wiegedood sterven vertonen vooraf meestal geen opvallende symptomen

Mogelijk is er een doorbraak bereikt in het onderzoek naar wiegedood, door het feit dat er een link worden gelegd tussen een gebrek aan serotonine en wiegedood. Het is echter nog wat vroeg om al vergaande conclusies uit het onderzoek te trekken, laat staan om te spreken over een mogelijke behandeling. Wel kan preventief al het serotonine-gehalte bij baby's worden gecontroleerd, kwestie van na te gaan wie al dan niet kwetsbaar(der) is voor wiegedood.

Mogelijk zou er band bestaan tussen wiegedood en serotonine, meer bepaald via de aanwezigheid van de stof tryptophan hydroxylase in de hersenen. Bij baby's die aan wiegedood overleden, zou het gehalte aan deze stof 22% lager zijn dan bij baby's die aan andere oorzaken dan wiegedood overleden.

Wiegedood wordt niet veroorzaakt door chronische ziekte of chronisch zuurstofgebrek, dat is al uit wetenschappelijk onderzoek gebleken. Baby's die aan wiegedood sterven vertonen vooraf meestal geen opvallende symptomen die laten vermoeden dat er iets aan de hand is. Tot dusver heeft de medische wetenschap dus altijd in het duister getast wat betreft de oorzaken van wiegedood. Het zal echter duidelijk zijn dat wiegedood een oorzaak heeft.

De meeste baby's die aan wiegedood sterven, vertoonden wel iets wat door de wetenschappers momenteel als ‘externe risicofactoren' voor wiegedood wordt omschreven. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld op hun buik of op hun zijde sliepen, het bed met een andere baby of een volwassene deelde of dat ze een kleine aandoening hadden vlak voor hun overlijden aan wiegedood. Dat kunnen bijvoorbeeld problemen met de ademhalingsprobleem kunnen zijn.

Kinney gaat er bijvoorbeeld vanuit dat een baby die op zijn zij slaapt in ademhalingsproblemen raakt door zijn dekentje dat is verschoven. Een baby met een normaal serotoninegehalte zal reageren door te problemen de belemmering te verwijderen, een baby met een te laag serotoninegehalte zal dat niet doen. Daardoor nemen de kansen op wiegedood toe. Het lagere niveau aan serotoninegehalte zou de circuits in de hersenen die ademhaling, hartslag, temperatuur en bloeddruk regelen beletten om op de juiste manier te functioneren. Daardoor zou de baby de uitgeademde koolstofdioxide weer inademen, met wiegedood tot gevolg.

Syndicatie