Paniekaanvallen gaan vaak gepaard met depressie, agorafobie of andere aandoeningen

Paniekaanvallen gaan vaak gepaard met depressie, agorafobie of andere aandoeningen

Ongeveer de helft van de patiënten die lijden aan paniekaanvallen hebben eveneens last van agorafobie

Het marktplein van Athene in de oudheid werd de agora genoemd. Het is dus niet toevallig dat de aandoening die gepaard gaat met vrees voor grote open ruimtes agorafobie wordt genoemd. Mensen die er geen last van zullen hebben, kunnen waarschijnlijk maar moeilijk geloven dat sommige agorafobie-patiënten hun huis nauwelijks durven verlaten.

Wie dat toch doet, zal waarschijnlijk met hevige angstaanvallen geconfronteerd worden. Het verhaal kan echter ook omgekeerd worden. Die paniekaanvallen gaan vaak gepaard met depressie, agorafobie of andere aandoeningen. Inderdaad is er vaak een link tussen paniek en depressie. Hierbij herinneren we er nogmaals aan dat depressies aan heel wat andere aandoeningen gelinkt kunnen worden. Denken we maar aan fibromyalgie en chronisch vermoeidheidssyndroom.

Ongeveer de helft van de patiënten die lijden aan paniekaanvallen hebben eveneens last van agorafobie. Maar hoe wordt de diagnose van deze aandoening gesteld? De dokter zal op de eerste plaats een fysisch onderzoek (bloeddruk, bloedonderzoek) doen, om te kijken of er geen fysische reden is voor de angsttoevallen. Meestal is dat niet het geval.

Daarna wordt er van uitgegaan dat de oorzaak van de paniekaanvallen waarschijnlijk van psychische aard is. Dat onderzoek gebeurt met eerst het testen van het geheugen, waarna er wordt gekeken of in het verleden andere aandoeningen zijn opgedoken. Bij de behandeling wordt meestal een combinatie van therapie en medicijnen voorgeschreven. Vaak worden gunstige resultaten gerealiseerd, echter met de opmerking dat de ziekte op een bepaald moment kan terugkeren. Een vroege behandeling is aangewezen, het kan andere problemen voorkomen.

Syndicatie