Gratis screen op borstkanker gemengd succes

28 procent van de Belgische vrouwen tussen 50 en 69 jaar liet zich in de periode 2005-2006 gratis screenen op borstkanker door het nationale screeningsprogramma.

Dat is slechts een kleine vooruitgang tegenover 2003/2004, wat erop wijst dat het programma vaart verliest. Ongeveer een kwart van de Vlaamse en Brusselse vrouwen liet zich de voorbije zes jaar niet onderzoeken. En bijna 40% van de Waalse vrouwen.

Positief is dat het programma oudere en kansarme vrouwen die anders nooit gescreend zouden worden, sensibiliseert en recruteert. Daarnaast liet nog eens 32 procent van de vrouwen tussen 50 en 69 jaar een diagnostische screening uitvoeren bij de gynaecoloog na klachten. Dat blijkt uit de nieuwste gegevens van het Intermutualistisch Agentschap (IMA).

Het IMA evalueert jaarlijks het programma voor borstkankerscreening. De IMA-cijfers tonen aan dat de vaart van het screeningsprogramma afneemt. Het programma voor borstkankerscreening bestaat sinds 2001 in Vlaanderen en sinds 2002 in Wallonië. Alle vrouwen van 50 tot 69 jaar kunnen elke twee jaar gratis een mammografie krijgen. Het doel van deze screening is borstkanker in een vroegtijdig stadium te detecteren en zo de sterfte door borstkanker te doen dalen. Een grote deelname aan het programma en een goede kwaliteit van de screening zijn noodzakelijk voor het welslagen van het programma.

Europa tegen Kanker beveelt een participatiegraad van minstens 70% aan. België haalt dit richtcijfer dus niet. Het screeningsprogramma kent vooral succes in Vlaanderen, blijkt uit de cijfers. Voor het georganiseerde bevolkingsonderzoek startte, liet 33 procent van de doelgroepgroep zich in Vlaanderen screenen. In 2001-2002, na een eerste georganiseerde screening steeg de dekkingsgraad tot 50%.

In 2005-2006 was dit 62%. Vlaanderen haalde zo zijn achterstand in op de andere gewesten. Opvallend is dat we in Vlaanderen een stijging van de borstkankerscreening en een daling (stabilisering in 2005-2006) van de diagnostische mammografieën merken. In Wallonië en Brussel heeft het screeningsprogramma minder succes, de diagnostische mammografieën zijn hier duidelijk beter ingeburgerd.

Er bestaan hier verschillende oorzaken voor. Ten eerste werden door technische problemen niet alle vrouwen uitgenodigd. Ten tweede merken we op dat het moeilijk is vrouwen en voorschrijvende geneesheren in te overtuigen van het nut van het programma.

Dat valt te betreuren, temeer daar de kwaliteitscontrole bij de systematische screeningsmammografie zonder specifieke klinische reden hoger ligt dan bij de diagnostische mammografie bij vrouwen met klachten. Bij de diagnostische mammografie gebeurt er geen dubbele lezing en gebeurt er geen systematische kwaliteitscontrole van de apparatuur.

Uit de IMA-studie bljjkt ook dat de trouw aan het programma varieert tussen de gewesten. In Vlaanderen neemt 75% van de vrouwen die deelnamen aan de eerste en tweede ronde ook deel aan de derde ronde. In Brussel is dit 62% en in Wallonië is dit slechts 48%. De volgende jaren zal men dus nog meer inspanningen moeten doen om de niet onderzochte vrouwen aan te zetten deel te nemen aan het programma.

Syndicatie