Snelle opsporing van borstkanker leidt niet tot reductie van uitzaaiingen

Snelle opsporing van borstkanker leidt niet tot reductie van uitzaaiingen

Niet elke borstkanker is kwaadaardig

De afgelopen jaren is er veel te doen geweest omtrent mammografie als middel om vroegtijdig borstkanker op te sporen. Met name in de Verenigde Staten wordt het nut van borstonderzoek ter preventie van borstkanker op te jonge leeftijd in twijfel getrokken. De bezwaren zijn inmiddels welbekend: vaak wordt er loos alarm gegeven, met als gevolg dat de vrouw in kwestie zich zorgen maakt zonder dat daar reden toe is.

De U.S. Preventive Services Task Force gaf al in 2009 het advies om niet langer mammografie te doen bij vrouwen in de leeftijdscategorie tussen 40 en 49 jaar, op voorwaarde dat deze vrouwen niet behoorden tot een categorie die een verhoogd risico op borstkanker lopen. Inmiddels zijn het aantal onderzoeken ter preventie van borstkanker bij de vrouwen uit deze leeftijdscategorie inderdaad teruggeschroefd.

Volgens de U.S. Preventive Services Task Force leverde dat onderzoek vaak resultaten op die positief waren, maar waar er eigenlijk vals alarm werd gegeven. De vrouw in kwestie beleefde bange dagen alvorens een biopsie werd gedaan, om dan uiteindelijk te vernemen dat er niets ernstigs aan de hand was.

Maar inmiddels heeft de U.S. Preventive Services Task Force al tegenstand gekregen van actiegroepen die wel voorstander zijn van vroegtijdig onderzoek naar borstkanker. Deze actiegroepen worden nu echter met een ander gegeven geconfronteerd: een snelle opsporing van borstkanker leidt niet noodzakelijk tot reductie van uitzaaiingen, zo blijkt uit recent onderzoek.

Terwijl het aantal gevallen dat werd opgespoord verdubbelde, daalde het aantal kankergevallen met uitzaaiingen slechts met 8%.  Archie Bleyer, auteur van de studie en chairman van het Institutional Review Board bij St. Charles Health System in Bend, Oregon, merkte op dat niet elke borstkanker kwaadaardig is.

Syndicatie